Kat (dier)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kat (dier)
IUCN-status: Niet geëvalueerd (2008)
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Mammalia (Zoogdieren)
Orde: Carnivora (Roofdieren)
Familie: Felidae (Katachtigen)
Geslacht: Felis
Soort
Felis catus
Linnaeus, 1758
Afbeeldingen Kat (dier) op  Wikimedia Commons
Mediabestanden
Kat (dier) op  Wikispecies
Wikispecies
Portaal     Biologie
Zoogdieren

Beluister

(info)

De kat of huiskat (Felis catus) is een van de oudste huisdieren van de mens. De gedomesticeerde kat behoort tot de familie der katachtigen (Felidae). De oude soortnaam was Felis domesticus, tegenwoordig is deze vervangen door Felis catus. Eind 2009 waren in Nederland ongeveer 3,6 miljoen katten aanwezig.

Inhoud

  • 1 Levensduur
  • 2 Anatomie
    • 2.1 Zintuigen
  • 3 Gedrag
    • 3.1 Jagen
    • 3.2 Rusten
    • 3.3 Hygiëne
    • 3.4 Sociaal gedrag
    • 3.5 Geluiden
    • 3.6 Communiceren met katten
  • 4 Voortplanting
    • 4.1 Paring
    • 4.2 Zwangerschap
    • 4.3 Bevalling
    • 4.4 Kittens
  • 5 Medisch
    • 5.1 Vergiftiging
    • 5.2 Parasieten
  • 6 Rassen
  • 7 Geschiedenis
  • 8 De kat als cultusobject
  • 9 Bijgeloof
  • 10 Trivia
  • 11 Zie ook

Levensduur

De levensduur van huiskatten komt ongeveer overeen met die van de andere katachtigen. Na tien jaar kan een kat als bejaard worden beschouwd. Katten sterven gemiddeld na veertien tot zestien jaar. De oudste Nederlandse kat werd 28 jaar oud[1]. De oudste kat ter wereld werd 38 jaar en 1 dag oud. In het algemeen zijn leeftijden moeilijk te controleren, omdat katten geen geboortebewijs hebben. Raskatten hebben dit wel, maar worden gemiddeld minder oud, ongeveer 10-13 jaar. Dit komt door aangeboren ziekten die bij raskatten vaker voorkomen ten gevolge van een hoge inteeltcoëfficiënt. Een soortgelijk beeld ziet men overigens ook bij rashonden.[bron?]

Anatomie

Schedel van een kat.
Kattenklauw
Kattenoog
Een kat met twee verschillende kleuren ogen
Haarbal

Het skelet van een kat bestaat uit 250 botten. Net als alle andere carnivoren (vleeseters) zijn katten toegerust om op prooien te jagen en ze te verslinden. Katten hebben een vrij ronde kop en een korte snuit, grote ogen, gevoelige snorharen bij de bek en scherpe omhoogstaande oren. Ze hebben korte brede kaken met sterke knipkiezen en scherpe snijtanden. Katten hebben in het totaal 30 tanden. In de bovenkaak hebben ze 6 snijtanden, 2 hoektanden, 6 voorkiezen en 2 kiezen. In de onderkaak hebben ze 6 snijtanden, 2 hoektanden, 4 voorkiezen en 2 kiezen. Hun kaak kan geen kauwbeweging maken, de kat verscheurt zijn voedsel en gebruikt het zeer sterke maagzuur om het voedsel te verteren. De tong is bedekt met een laag ruwe papillen die goed van pas komt bij de persoonlijke verzorging. De tong van de poes is ruwer dan die van de kater; zo kan ze haar jongen beter wassen.

Katten hebben vijf tenen aan beide voorpoten en vier tenen aan de achterpoten. De eerste teen bevindt zich wat hoger op de voorpoot dan de andere vier tenen. Deze eerste teen raakt tijdens het lopen de grond niet, maar wordt wel gebruikt bij de verzorging en bij het grijpen van een prooi. Aan de uiteinden van de tenen bevinden zich sterke, scherpe, gebogen klauwen. De nagels kunnen worden ingetrokken. Dit mechanisme is een onderscheidend kenmerk van de kattenfamilie Felidae. Door de nagels te scherpen aan een boom (in huis een krabplank of krabpaal) houdt een kat zijn nagels scherp. De zijkanten die uitgroeien komen dan los te zitten en worden met de tanden verwijderd waardoor de nagel op lengte blijft met een scherpe punt.

Een kat heeft een lange staart die hij gebruikt om in evenwicht te blijven en bij sociale communicatie. Het bewegingsstelsel is extreem soepel met een flexibele ruggengraat, waardoor katten erg lenig zijn. Katten kunnen zich bij een val zo keren dat ze op de poten terechtkomen. Om "op zijn pootjes terecht te komen" moet de kat wel de ruimte en tijd krijgen om zich te keren.

De pupillen van een kat vergroten sterk bij weinig licht. Het reflecterend weefsel is goed zichtbaar.

Zintuigen

De meeste katten hebben een goed gezichtsvermogen en kunnen goed in het donker zien, doordat zij meer staafjes dan kegeltjes in hun ogen hebben. Hierdoor kunnen ze goed waarnemen in de schemer, maar bij volkomen duisternis zien ze niets. Hun vermogen kleuren te onderscheiden is daarentegen zwak, maar katten zijn niet kleurenblind.[2] Op de achterwand van het oog bevindt zich reflecterend weefsel (het tapetum lucidum), waardoor de ogen van een kat fonkelen in het donker. Het gezichtsveld van een kat bedraagt 285°, versus een mens 210°.[2] De irissen hebben een verticale spleet als vorm. Elk oog wordt beschermd door een derde ooglid, ook wel knipvlies genoemd.

Katten kunnen uitstekend horen en zijn in staat frequenties tot 40 kHz of hoger waar te nemen. Ter vergelijking: een gemiddeld mens hoort frequenties tot 20 kHz. De oren kunnen 180° draaien. Hierdoor kunnen geluiden goed gelokaliseerd worden.

De snorharen hebben een functie bij het instinctief doorbijten van de ruggengraat van de prooi. Katten zien op korte afstand niet scherp en vertrouwen daarom op hun uiterst gevoelige snorharen en de lange haren boven de ogen wanneer zij een prooi hanteren. Katten zonder snorharen kunnen de "coup de grâce" (het doden van de prooi) moeilijk uitvoeren.

De haren in de vacht zijn afzonderlijk verbonden met een mechanoreceptor. Hierdoor kan informatie over de omgeving naar de hersenen worden gestuurd. De meeste katten vinden het daardoor ook prettig om aangehaald en geaaid te worden.[2]

Een kattenneus bevat ongeveer 20 miljoen geurcellen, vier keer zo veel als bij een mens. De neus is vooral afgestemd op stikstof, omdat deze stof zich in rottend voedsel bevindt. Hierdoor is de kat ook goed in staat om voedsel te beoordelen op eetbaarheid.[2] Katten zijn van nature geen aaseters. Het reukvermogen van katten is niet zo goed ontwikkeld als dat van honden.

Een kat heeft ongeveer 500 smaakpapillen, terwijl een mens er ruim 9000 heeft.[2] Katten laten zich dan ook voornamelijk leiden door geuren. Katten kunnen zout, zuur en bitter van elkaar onderscheiden, maar hebben geen voorkeur voor zoet.[3]

Gedrag

Jagen

Katten zijn erg beweeglijk: ze kunnen snel korte afstanden afleggen en het zijn goede klimmers. In tegenstelling tot honden, hebben katten een beperkt uithoudingsvermogen. Katten houden meestal niet van water, maar kunnen wel goed zwemmen. Ze jagen op hun prooi door ze geruisloos te besluipen. Als de kat dicht genoeg genaderd is, bespringt hij de prooi en vangt hij het dier met zijn scherpe tanden en klauwen. De neiging om langdurig met de gewonde prooi te spelen wordt bij alle katachtigen waargenomen, ook bij de gedomesticeerde kat. Het is een middel om de prooi onschadelijk te maken zonder zelf verwondingen op te lopen als deze zich door bijten verdedigt.

Rusten

Naast het jagen kunnen katten ook erg luieren. Ze houden ervan om lekker in de zon te zitten of op een warme ondergrond te gaan slapen. Dit is ook nodig, omdat die tijd de kat de mogelijkheid geeft om de relatief grote en voedzame prooi te verteren. De gemiddelde kat slaapt of luiert tweemaal zo veel als een mens, en is dus het overgrote deel van de dag niet wakker.

Hygiëne

Net als leeuwen en tijgers likken ze zichzelf schoon met hun tong; vaak doen ze dit voor het slapen gaan, of na het wakker worden. De instinctieve verzorging van de vacht met tanden, speeksel met enzymen en vet uit een klier boven de staart vergt ongeveer twee uur per dag. Hierdoor slikt de kat veel losse haren in. Deze verlaten gewoonlijk via het darmkanaal het lichaam. Als de kat echter te veel haren in korte tijd binnenkrijgt, kan er een haarbal ontstaan die wordt uitgebraakt.[2] Dit kan worden voorkomen door de kat goed te borstelen, speciale anti-haarbalsnoepjes te voeren, kattengras te geven of door de kat een beetje vette vis te voederen (zoals tonijn). Langharige katten hebben overigens meer last van haarballen dan kortharige. Als een kat vergeefse pogingen doet om een haarbal uit te braken, kan er sprake zijn van verstopping. Dit kan levensbedreigend zijn.

Sociaal gedrag

Winston Churchill en Blackie op HMS Prince of Wales. Blackie was de mascotte van het oorlogsschip. 1941.

De gedomesticeerde kat is een sociaal flexibele soort.[4] In een omgeving met verspreide voedselbronnen en lage populatiedichtheid leven katten solitair of in kleine groepjes van nauw verwante vrouwtjes. De grotere, niet-overlappende territoria van katers beslaan twee of meer van de kleinere territoria van de vrouwtjes.[5] [6] [7] [8] [9] [10] [11] In een stedelijke omgeving of bij boerderijen zijn de voedselbronnen meer gecentraliseerd, wat leidt tot het vormen van groepen met een hoge dichtheid bestaande uit meerdere mannetjes en meerdere vrouwtjes met kleinere, overlappende home-ranges en een promiscue paarsysteem.[12] [13] [14] [15] [4] [16] [10] [11] Afhankelijk van de beschikbaarheid van voedselbronnen, zijn katten dus solitaire of sociale dieren. Indien ze de mogelijkheid hebben, zullen vrouwtjes familiegroepen vormen. Hun dochters blijven bij hen en krijgen op hun beurt kittens, zodat een matriarchale groep ontstaat. Zonen verlaten de groep wanneer ze geslachtsrijp worden.

Op basis van het natuurlijke gedrag is het dus aan te raden meerdere verwante katten te houden als huisdieren, zeker wanneer de katten binnen worden gehouden en geen contact kunnen leggen met andere katten uit de buurt.

Geluiden

Katten maken een laag zoemgeluid dat spinnen wordt genoemd. Het is een manier om allerlei gevoelens uit te drukken, van angst tot tevredenheid.[2] In de omgang met mensen is het meestal een teken dat ze tevreden zijn, soms dat ze hulp nodig hebben. Dit geluid wordt voortgebracht door trillingen van de stembanden.[3] Spinnen is een communicatiemiddel tussen kittens en moeders. Kittens kunnen spinnen als ze een week oud zijn.

Daarnaast kan een kat miauwen, mauwen, grommen, sissen, blazen, schreeuwen, piepen, klappertanden, kermen en trillen. Klik   hier (info·uitleg) om spinnen en mauwen te horen.

Communiceren met katten

Er zijn verschillende communicatieve signalen van katten die zij ook begrijpen wanneer ze door mensen gegeven worden. Communiceren met een kat zal de band met de kat wederzijds versterken.

  • Blazen: het sissende blaasgeluid waarmee katten hun ongenoegen uiten wordt ook erg goed door hen begrepen als het door een mens voortgebracht wordt. Hiermee kan de kat duidelijk worden gemaakt wanneer ze ongewenst gedrag vertoont.
  • Ogen samenknijpen: dit is een signaal wat aan huisgenoten aangeeft dat een territorium veilig is. Het betekent iets als "hier kan je veilig slapen". Een mens die de ogen samenknijpt naar de kat toont dat deze de kat vertrouwt.
  • Spinnen en tegelijk nagels uitsteken: de kat bedoelt daarmee dat hij zich veilig voelt bij de mens. Als ze het niet doet, is het niet zo erg. Elke kat doet andere dingen om te laten zien dat ze zich veilig voelt.
  • Beide ogen langzaam sluiten: hiermee geeft een kat aan dat ze erg rustig en ontspannen is. De mens kan dit signaal gebruiken om die toestand bij de kat op te roepen of te versterken.
  • Kopjes geven: katten geven kopjes aan elkaar als teken van affectie, of geven kopjes aan voorwerpen om een affectueuze stemming te signaliseren. De mens kan kopjes geven aan muren of meubelen om de kat in deze stemming te krijgen.
  • Vastnemen bij het nekvel: een volwassen kat is te zwaar om veilig bij haar nekvel te worden opgetild. Wanneer men een kat echter stevig bij het nekvel vastneemt zonder haar op te tillen, zal ze zich heel erg rustig houden. De kat reageert nu enkel nog op zeer bedreigende impulsen. Dit is een instinctieve reflex die ervoor zorgt dat kittens zich stilhouden wanneer ze door de moeder gedragen worden, maar die bij volwassen katten blijft bestaan. Ook als men de kat op de arm draagt en men wil niet dat ze wegspringt, kan men haar nekvel stevig vastnemen.

Voortplanting

  
Paring

Paring

Poezen zijn gemiddeld twee tot drie keer per jaar krols, maar dit is heel variabel: sommige poezen worden het hele jaar door om de twee weken krols, andere worden maar één keer per jaar krols. Dit komt het meest voor tussen januari en april, maar ook tussen juni en september. Doordat de hormonale cyclus afhankelijk is van het aantal uren daglicht, is een poes tussen oktober en december zelden krols. Katten die vaak binnen zijn in goed verlichte huizen, zullen toch het hele jaar door krols worden.[17] Een cyclus duurt ongeveer twee weken. Hierin is de poes echter maar twee tot vier dagen vruchtbaar. Zij zal in deze periode duidelijk kenbaar maken dat zij krols is door te roepen naar potentiële paringskandidaten. In deze periode kan een poes ook urine gaan sproeien. De kater kan deze roep beantwoorden, waarna ze van elkaar weten dat er van beide kanten goedkeuring is.

Bij de paring bijt de kater de poes in de nek en ejaculeert snel nadat zijn penis in de vagina zit. Het uiteinde van de penis is bedekt met weerhaakjes die de ovulatie stimuleren. Een poes en kater kunnen meermalen per dag paren. Een poes kan ook door meer dan een kater worden bevrucht. Een nest kittens kan ook van verschillende vaders zijn.[2]

Zwangerschap

Een poes is gemiddeld negen weken (65 dagen) zwanger. Na drie weken worden haar tepels rozerood, waarna het nog eens zes weken duurt voordat het dier bevalt. De gewichtstoename bedraagt gemiddeld een kilo.